Voorbij Gibraltar

Huizen van aarde
Arno leest voor:

We trekken onze schoenen uit voordat we de woonkamer betreden. Op de aarden vloer ligt een kleurrijk geknoopt kleed. Onze gastvrouw nodigt ons uit plaats te nemen aan de lage tafel. We zitten op kussens op het kleed en met kussens in onze rug tegen de aarden wand. De langwerpige kamer met één klein raam is verder vrijwel leeg. We zijn te gast bij een familie in een klein gehucht in de Anergui vallei. Elke dag regelt onze gids Bennasir een lunch bij mensen thuis. Vandaag zijn we bij de pottenbakker en zijn gezin. Alle huizen in deze vallei zijn van aarde gebouwd. Dit bouwmateriaal ligt letterlijk voor het oprapen. De huizen nemen de kleur aan van de omgeving en elk dorp lijkt vergroeid met de berghelling waar het op staat.

Bouwen met aarde berust op het principe dat met gestampte en gedroogde aarde een stevige constructie gemaakt kan worden. Een juiste samenstelling van zand, grint, klei en vocht wordt laag voor laag in een mal gestort en laag voor laag krachtig aangestampt. Na een paar dagen wordt de mal verplaatst om een volgend deel van de muur te maken. Raam- en deuropeningen worden met houten balken gestut. Tijdens een wandeling zien we het bouwproces in volle gang. Twee mannen zijn aan het werk bij een nieuw huis waarvan de muren tot halverwege zijn opgetrokken. Ze laten de kuil zien waar de aarde wordt gemengd. Ze tonen de gevlochten mand, de merkez, waarmee de aarde wordt aangevoerd, de houten mal en de houten stamper, de takfilt. Een van de mannen gaat met zijn gezin de nieuwe woning betrekken. Hij hoopt dat het huis vóór het invallen van de winter gereed is.

De woningen en boerderijen in de valleien van de Hoge Atlas zijn eenvoudig, laag en gelijkvloers. Hier en daar staan grote en hoge aarden bouwwerken, die vroeger als gemeenschappelijke voorraadschuren in gebruik waren. In de valleien van de Draa en de Todra, ten zuiden van de bergen, zien we veel grotere aarden bouwwerken, de kasbah’s. Hier heerst een woestijn- en steppenklimaat. De mensen wonen hier dicht bij elkaar op de dalhellingen naast de rivieroasen. De meerlagige aarden huizen zijn aan elkaar geregen en verknoopt tot kasteelachtige complexen. De mensen woonden hier in familieverband bijeen. De kasbah’s zijn echte vestingen die verdedigbaar zijn (waren) tegen indringers.

De meeste nieuwe huizen die we in Marokko zien zijn gebouwd met betonstenen. Hoewel bouwen met aarde eenvoudig en praktisch is, voldoet het niet meer aan de eisen van deze tijd. Er moet veel onderhoud gedaan worden, vooral aan het dak, om te voorkomen dat regenwater de gestampte aarde oplost. De meeste mensen willen ook niet meer opeengepakt wonen in de compact gebouwde kasbah’s  met de donkere ruimtes en de smalle steegjes. De man in de Anergui vallei bouwt nog wel een aarden huis. Hij heeft waarschijnlijk geen geld om betonstenen te kopen en neemt zijn toevlucht tot de traditionele bouwstijl. Op de laatste dag van ons verblijf in de vallei komen we weer langs de bouwplaats. Er is een ramp gebeurd. De overvloedige regenval heeft de half afgebouwde muren geruïneerd. Het werk is voor niets geweest.