Voorbij Gibraltar

Des Hommes et des Dieux
Arno leest voor:

We dalen de met sneeuw bedekte pas af naar Midelt en nemen onze intrek in hotel Safari Atlas. Het stadje ligt aan de voet van de massieve bergketen Jebel Ayachi. De pieken reiken tot 3700 meter hoogte en zijn met sneeuw bedekt. De volgende ochtend bezoeken we de Kasbah Myriem in een dorpje even buiten de stad. Het is een textielatelier van Franciscaner nonnen. We worden ontvangen door een Frans sprekende vrouw. Zij leidt ons rond door het kleine atelier. Meisjes en jonge vrouwen zitten op kussens op de grond te werken aan kleine en grote borduursels. Drie vrouwen weven kleurrijke kleden op grote getouwen. De nonnen geven ook Arabische taallessen aan de Berbervrouwen. We kopen twee kleine borduurwerkjes en nemen afscheid. De vrouw beveelt ons een bezoekje aan het naastgelegen klooster aan, waar broeder Jean-Pierre woont. “U weet wel, de overlevende van Tibherine…”.

De poort van het klooster “Notre Dame de l’Atlas” wordt geflankeerd door twee stompe torentjes in kasbah-stijl. We kloppen op de houten deur. Een Marokkaanse man doet open en wij vragen naar Jean-Pierre. Hij laat ons in de deuropening wachten. Even later komt een kleine man in Habijt, met bijpassende fleecejack en kalotje op het hoofd, over de binnenplaats naar ons toe lopen. Met een open vriendelijke blik heet hij ons welkom en neemt ons mee naar de kapel. Hij geeft met zachte stem, in een wat moeilijk te volgen Frans, uitleg over de kapel die is ingericht ter nagedachtenis aan de zeven Cisterscienzer monniken, zijn medebroeders, die in 1996 in Tibherine, Algerije, werden ontvoerd en vermoord. Jean-Pierre en medebroeder Amadée sliepen in een ander deel van het klooster en ontsnapten aan de aandacht van de Moslim-extremisten. Jean-Pierre vertelt ons tot in detail wat hij die nacht beleefde. Hoe hij door zijn raampje zag hoe de broeders op de binnenplaats bijeen gedreven werden door mannen met kalasjnikows en hoe zij de poort uit werden geleid.

Van dit drama is een indrukwekkende film gemaakt, “Des hommes et des Dieux”. De titel refereert aan vers 7 en 8 van psalm 82, “Ik heb wel gezegd dat jullie goden zijn, ieder van jullie is een zoon van de Hoogste, maar jullie zullen sterven als mensen, jullie zullen vallen zoals alle vorsten vallen”. In de film zien we het eenvoudige en contemplatieve leven van de Franse monniken in het afgelegen dorpje in Algerije. Ze verbouwen hun eigen voedsel en broeder Luc geeft medische hulp aan de bevolking. Tussen de monniken en de Islamitische bewoners heerst een sfeer van onderling respect. De vreedzame rust wordt verstoord door de terreur van Islamitische fundamentalisten. De monniken, onder aanvoering van broeder Christian, wensen geen protectie van de (corrupte) overheid en blijven, ondanks het toenemend gevaar, hun missie en de lokale bevolking trouw.

Jean-Pierre vindt de film een realistische weergave van de gebeurtenissen. Op het filmfestival in 2010 in Cannes kreeg de film de “Grand Prix”. De aandacht voor het drama van Tibherine flakkerde op. De acteur die zijn rol vertolkte zocht hem op, met in zijn kielzog journalisten. Inmiddels zijn twee boeken verschenen met interviews met hem, de laatste overlevende van Tibherine. Per toeval zien we later op onze reis de filmlocatie in het cederbos bij Azrou, in de Midden-Atlas.

Het klooster in Tibherine werd opgeheven. Jean-Pierre en Amadée verhuisden naar Marokko, eerst Fez en later Midelt. Ze namen wat spullen, veel herinneringen en de naam van het klooster mee. Amadée stierf in 2008. De inmiddels 87-jarige Jean-Pierre is pessimistisch over de verdraagzaamheid van de Marokkanen jegens Christenen. Hij waakt er voor om aandacht te trekken. Er staat geen kruis op de kerktoren en de klokken worden niet geluid.



Bekijk de trailer van de film.